dinsdag 3 oktober 2017

De Dinkel: een uniek beekdal.


Wij brachten onze vakantie tijdens de eerste twee weken van september door in een vakantiehuisje in Beuningen in Twente (Overijssel). Ons voornaamste doel was het gebied rond het riviertje de Dinkel te verkennen.
De Dinkel ontspringt in Duitsland en komt bij Losser Twente binnenstromen, waarna hij zijn vrijwel natuurlijke loop noordwaarts volgt en bij Ootmarsum de Duitse grens weer passeert.
Het riviertje meandert langs het Lutterzand, een gebied met zandheuvels, die overgebleven zijn van de laatste IJstijd. De Dinkel heeft daar vrij steile wanden uitgeslepen aan de westzijde van de zandheuvels, terwijl aan de andere zijde van de Dinkel het lagere, groene land zichtbaar is.


Die steile zandwanden en het natuurlijke meanderen maakt, dat zich hier een voor Nederland uniek landschap heeft gevormd met één van de weinige, natuurlijke beeklopen, die er nog zijn.
Het wat geelbruine water duidt niet op vervuiling, maar betekent dat het water ijzerhoudend is.


Niet voor niets is het Lutterzand een beschermd natuurgebied, met een boeiende flora en fauna.
Bekend zijn ijsvogeltjes en oeverzwaluwen, die graag in de steile wanden nestelen.



Omdat het in het hoogseizoen een drukbezocht gebied is geworden, heeft men delen van het oevergebied voor het publiek afgesloten.


Een wandeling door het gebied is het best te beginnen bij de grote parkeerplaats van Paviljoen Lutterzand. 


Wanneer je het fietspad volgt, zie je vrijwel niets van de Dinkel. Neem het voetpad en volg dat tot je niet meer verder kunt. Halverwege kun je even zitten bij het bosrestaurant de Lutte Hutte. Maar dat is alleen maar open bij goed weer en wanneer er publiek te verwachten is.

Hieronder meer foto’s van deze mooie wandeling.

















woensdag 27 september 2017

Een fijne vakantie, maar helaas…


Helaas trad al gauw een variant van de Wet van Murphy in werking: als er iets fout gaat, gaat er een heleboel achter elkaar fout.

We hadden een zeer goede vakantie: een schitterend gelegen, heel mooi vakantiehuisje met uitzicht op het riviertje de Dinkel in Oost Twente, een verrassend mooie omgeving en gemiddeld aanvaardbaar weer.
Uitzicht huisje: 


Uitzicht zijkant huisje, met zo nu en dan:


Van het natuurschoon, dat we in de omgeving zagen, laat ik jullie in volgende blog nog meegenieten.

Na een paar dagen bleek mijn smartphone, die aldaar slechts één blokje verbinding maakte, géén verbinding meer te maken. Netwerkantenne stuk, vermoedde de man uit de telefoonwinkel.
Ach, niet erg, de Wifi deed het nog uitstekend en we hadden nog een oud reservenokia’tje met soms ook één blokje verbinding.

Na anderhalve week bleek dat het dierenpension, waar onze twee poezen verbleven, al dagenlang had geprobeerd ons te bereiken.
Onze Abessijn Simke was ziek geworden. Het pension kreeg te kampen met een lastig virus, een niesziektevariant. Ondanks hun terechte strenge eisen wat betreft de enting hiertegen, waren een aantal katten ziek geworden. De meesten genazen snel, maar Simke was erg ziek geworden, was geïsoleerd en had zelfs dwangvoeding nodig. De dierenarts werd regelmatig geraadpleegd en er dreigde zelfs even een opname.
Met één blokje telefoonverbinding, staande op het buitenterras, lukte het dagelijks verbinding te krijgen met het dierenpension.
Hij werd daar meer dan voortreffelijk verzorgd en we besloten de vakantie voort te zetten.
Tuzka, ons Blauw Rusje, bleef gelukkig gezond.

Thuisgekomen haalden we de poezen snel op. Simke was gelukkig weer zelf gaan eten en kwam met een voorraad medicijnen thuis. Hieronder Simke:


De buurvrouw vertelde ons, dat er tijdens de hevige storm mét slagregens tijdens onze laatste vakantieweek, lekkage was ontstaan in de serre. Ze had een emmer geplaatst.
O.k., loodgieter inschakelen.

In de keuken viel me het veranderde uitzicht op: er was een grote top uit de Metasequoia geslagen, wel een derde van de oorspronkelijke boom lag in de grote prunus en de coniferenhaag. Dit stuk boom ligt redelijk stabiel. Bellen met de hovenier: deze komt het afgebroken stuk binnenkort verwijderen.
Zie allereerste foto en het totaalbeeld hieronder (er staat nog een dunne, secundaire "toptak"):


Simke ging steeds minder niezen en proesten, maar het rechteroogje knapte niet op. We zijn daar de afgelopen week vier maal mee naar de dierenarts geweest. Er bleek een beschadiging van het hoornvlies te zijn. Waarschijnlijk een uithaal van een andere kat tijdens het pensionverblijf.
Samen met het virus van de niesziekte, dat ook de slijmvliezen van het oog plaagt, had Simke een dubbel probleem met het oogje.

Een poezenziekenboegje dus, met uitgebreide schema’s van medicijntoediening.
En dat viel niet mee bij zo’n temperamentvolle Abessijn. Met list en bedrog en zoete woordjes en slimme methoden wisten we alles in de poes te krijgen, zonder onze vertrouwensrelatie met hem onder druk te zetten.
Waarbij we onze eigen kalmte probeerden te bewaren.
Vooral het bedenken van een manier om vier maal per dag de oogdruppels toe te dienen, kostte me een aantal uren nachtrust.

De dierenarts hoopt dat het langzaam verbeterende oogje op de lange duur genezen zal.


woensdag 30 augustus 2017

Het bessenbosje een half jaar na aanplant.


Begin maart plantte ik het bessenbosje in met zwarte bessen, honingbessen en appelbes.
Er was op dat stukje flink kaalslag gepleegd en mijn doel was om het stukje zo snel mogelijk een bosachtig uiterlijk te geven. Hieronder dezelfde plek in maart, daaronder en geheel bovenaan nu.



Ik zette wat bodembedekkers tussen de bessenplanten: de wilde voorjaarslathyrus (Lathyrus vernus), bosaardbeitjes, er stond al een mooie varen. 
Voor de kleur Geranium rozanne en het mooie goudgele bosgierstgras (Milium effusum “aureum”).

Nu hebben de bessen uiteraard nog nauwelijks iets opgebracht op een klein handje zwarte bessen na. De appelbes in het midden (zie hierboven) mag nog wel wat beter aan de groei komen, de bladeren gaan al een herfstkleur aannemen, de zwarte bessenplanten links hebben lekker volume gekregen.

Hieronder het stukje vanaf de zijkant nu en in maart.



Gelukkig hebben mijn hopplanten (linksachter op de overzichtsfoto's) de kaalslag overleefd, ze bloeien op dit moment royaal met kleine bloempjes: overduidelijk mannetjesplanten. Helaas geen hopbellen dus:


Ook de liaanachtige stammen van de wilde Clematis vitalba zijn goed uitgelopen, en zijn kort geleden in bloei gekomen:



Ik streef naar bedekte grond, de bodembedekkers zullen dat volgend jaar wel halen.


Het zal duidelijk zijn dat de bessen, die er hopelijk elk jaar in grotere aantallen zullen komen, niet alleen voor onszelf zijn, vogels en insecten mogen er ook van mee snoepen.

Na een klein halfjaar ben ik niet ontevreden over de ontwikkelingen op dat stukje grond.

dinsdag 22 augustus 2017

Hoogzomer in de tuin.


De zomer is haast over het hoogtepunt heen. Onontkoombaar merk je soms al dat de herfst er in de verte aan gaat komen.
De geur, het vocht, spinnen, wat vallend blad; ik wil er nog niet echt aan.
Het lijkt erop dat de nazomerplanten dit jaar wat vroeger in bloei zijn gekomen dan in andere jaren. Het zal te maken hebben met de warme junimaand en de onbestendige weersituatie daarna.


In de tuin is het mooi met de royale bloei van de planten van de late zomer.
Aan de westkant van het huis – zie hierboven - zie je een mix van witachtige tinten: (van links naar rechts) het gewone, wilde koninginnekruid (Eupatorium), de lichtroze, overblijvende Fuchsia magellanica var. Molinae, de torentjes van Veronicastrum virginicum “lavendelturm” en weer een grote groep koninginnekruid, op de voorgrond het vedergras (Stipa tenuissima).


Vooral het koninginnekruid en de Veronicastrum zijn insectenmagneten: bijen, (zweefvliegen), vlinders.


Aan de rand van de poel aan de westkant staat een mix van rode Polygonum amplexicaulis en grote kattenstaart (Lythrum salicaria). 


De poel is voor een deel in bezit genomen door de watermunt (Mentha aquatica), ook een bijentrekker én een waterzuiveraar. De bolvormige bloei met lila bloemetjes gaat door tot in oktober.


Aan de noordkant van het huis (foto hierboven) zijn links vooraan ook lichtgekleurde Polygonums te zien, pluizige pimpernellen, scharnierplanten (Physostegia) vóór wit koninginnekruid en links op de achtergrond een groep bloeiende pluimpapaver ( Macleaya’s).
Alle soorten pimpernellen (Sanguisorba) zijn interessant. Voor ieders wens is er wel een interessante soort qua vorm, kleur en bloeitijd. 


De soort hierboven is op dit moment hier heel mooi, maar teveel buien doet hem er op de overzichtsfoto wat verregend uitzien.


Tenslotte de zuidkant van het huis. Op de voorgrond uitgebloeide kaardenbol, palmkool, oost-indische kers en erachter de werkelijk imponerend grote aardpeer of topinamboer (Helianthus tuberosus), die bloeit ter hoogte van de dakgoot. Ik heb ze nog nooit zo hoog gehad, en dat op de schrale grond op die plek.
De palmkool ziet er nog redelijk gaaf uit, de rupsen van het koolwitje hebben een andere schransplek gekozen, maar ik haal dagelijks dikke naaktslakken ervan af. De slakken hebben overigens een paar jongere exemplaren palmkool in mijn met kopertape beschermde bakken stevig aangepakt :-((


Nota bene: kopertape weert niet alle slakken! Maar het is dan ook een extreem productief slakkenjaar.


zondag 6 augustus 2017

De vlinders in onze tuin.


Dit weekend was het landelijke vlindertellingdag en ik besloot weer eens mee te doen. Het was vandaag hier in Zuid-Oost Friesland redelijk zonnig weer met een temperatuur van net geen 20 graden. Dat kon slechter voor de vlinders.
Ik telde de volgende vlinders: (foto hierboven links: atalanta, rechts: dagpauwoog)

2 atalanta’s 
1 dagpauwoog 
1 kleine vos
2 kleine koolwitjes
1 citroenvlinder
2 bonte zandoogjes

citroenvlinder
Ik zag dat ik met mijn totaal van 9 vlinders voor Nederland haast precies op het gemiddelde per telling zat (9,2) en met mijn aantal van 6 soorten boven het gemiddelde (gemiddeld 3.8 ).

bont zandoogje

klein koolwitje

kleine vos
Tot half juli was ik steeds zeer teleurgesteld over het aantal vlinders in onze tuin. Bij medebloggers, vooral de Belgen, las ik van grote aantallen en een grote soortenrijkdom. Dit jaar schijnt een goed vlinderjaar te zijn, maar hier ik zag ik tot die tijd hoogstens 3 vlinders.
Pas toen mijn vier in de tuin verspreid staande vlinderstruiken en het leverkruid gingen bloeien, zag ik iets van de overvloed aan vlinders. Mijn toptelling was op 15 juli: wel 10 atalanta’s, 5 landkaartjes op het leverkruid, een paar dagpauwogen, twee bonte zandoogjes, een blauwtje en tot mijn grote blijdschap ook een gehakkelde aurelia.

gehakkelde aurelia
Na 15 juli verslechterde het weer, de temperatuur zakte weg en er waren veel harde regenbuien: niet goed voor de vlinders.
Daaraan schrijf ik ook de tegenvallende telling van dit weekend toe.

Gezien de vele vlinderlokkende planten hier in de tuin, zou ik meer vlinders verwachten.
In de tuinen rondom in het dorp kunnen we in het algemeen niet echt spreken van een vlindervriendelijk beleid. Helaas ook veel “versteende” tuinen.
Het land om ons dorp heen wordt intensief door boeren gebruikt met vooral grasteelt, maisteelt, aardappels enz.
Er vindt een zeer veelvuldige gierbemesting plaats. Soms rijden de tanks af en aan en ruik je buiten de gierlucht. Het aangrenzende bos zorgt wel voor veel vogels in de buurt, maar niet voor vlinders.
De intensieve landbouw en veeteelt is in Nederland bepaald niet vriendelijk voor vogels en insecten. Misschien is het in België wat dat betreft beter?


Overigens is de grootse vlindermagneet mijn stokoude vlinderstruik (zie hierboven), waar ik in november 2014 over schreef. Hij stond toen op de nominatie om te worden gekapt. In het voorjaar van 2015 raadden de mannen van de hovenier ons aan hem nog een kans te geven. En werkelijk: hij is op dit moment zeker 3 meter hoog, en bloeit als nooit tevoren!


vrijdag 28 juli 2017

Japanse wijnbes: gemakkelijk en lekker.


Een week lang eten we nu elke avond een leuke hoeveelheid bessen van de Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius). Van alle bessen, die ik tot nu toe probeerde te laten groeien, zijn dit wel de gemakkelijkste en de lekkerste en je vindt ze niet in de winkel.
Jaren geleden plantte ik een stek aan de binnenkant van onze schutting. Deze lag toen nog aardig in de zon, waardoor de opbrengst na een paar jaar goed was. Geleidelijk werd deze plek te donker, waardoor de plant besloot zich via uitlopers naar de zonnigste kant van de schutting te begeven, waar hij nu gedijt als nooit tevoren.


Plaats een stek dus zoveel mogelijk in de zon en daar, waar hij flink de ruimte heeft om tegen een schutting of gaas te worden geleid. Hij vormt elk jaar nieuwe, stevige uitlopers waaraan de vruchten zich ontwikkelen. De takken van het jaar zijn in de winter afgestorven en deze moet je in het vroege voorjaar afknippen. Dat is ook het enige moment, waarop je last kunt hebben van de vele stekels op de takken, doe dat dus met tuinhandschoenen aan. Ook als je de nieuwe, snelgroeiende takken aanbindt, moet je oppassen voor deze stekels.
Als de vruchten eenmaal rijp zijn, dat wil zeggen echt rood, dan pluk je ze moeiteloos, ze laten heel gemakkelijk los. De plant heeft nooit ziektes of vraat, is dus heel gemakkelijk.


Ook de vogels laten deze plant hier met rust, wat me eigenlijk verwondert. Ik denk dat ze op de druiven wachten.
De vruchtjes smaken goed, zoet met een prettig zuurtje, je hoeft geen suiker toe te voegen.

Uitlopers kun je oppotten en weggeven aan een liefhebber.

zaterdag 15 juli 2017

Slakken in je bakken: werkt kopertape?



Twee “moestuin”bakken heb ik aan de zuidkant van mijn schutting staan en daar probeer ik wat groenten in te telen. Op de rand van de linkerbak had ik een jaar geleden stukjes kopertape geplakt.
De rechterbak heeft geen kopertape.
Eind juni heb ik in beide bakken jonge palmkool en wat groenlof geplant (zie foto hierboven). Een paar weken later bleek, dat de planten in de rechterbak enorm door de slakken waren aangevreten, terwijl de planten in de tapebak nauwelijks vraat hadden.



Het was me de maand ervoor ook al opgevallen dat ik vrijwel slakvrij pluksla-mix kon kweken in de tapebak, terwijl in de andere bak de kiemplantjes het niet eens haalden.

In de tapevrije bak kon ik elke dag wel slakken vinden, in de bak met tape zo nu en dan één.
Dit gaf te denken, dus ik bestelde drie rollen zelfklevend kopertape. (De prijzen verschillen nogal, dus even googelen voor de goedkoopste.)
De grijze bak checkte ik goed op verstopte slakken en daarna bracht ik de tape aan. Ik verwacht dat ik daar nu met meer succes kan zaaien en planten.



Toen ik bezig was liep er een slak over de bestrating. Leuk om de tape eens te testen bij deze slak.
Hieronder een fotostripje van de proef. De slak probeert via de tape te komen, maar keert meteen op zijn schreden terug. Hij probeert het nog eens, weer terug. Tot hij om de tape heen kan glijden.


Het schijnt zo te zijn dat de kopertape kleine schokjes geeft.
Ik hoor wel dat oudere tape minder goed werkt. In mijn linkerbak valt dat wat mee. Oude tape wil wel gaan loslaten, je kunt de losse stukjes dan weer met wat waterbestendige lijm op de potten plakken.

Ik heb ook een proef gezien met een dunne koperdraad. De proefslak wandelde daar gewoon overheen.

Het is helaas alleen een middel voor bakken en potten. Er kan altijd nog wel een slak komen: misschien als de tape kletsnat is geregend, of als hij zich via overhangende beplanting toegang weet te verschaffen.
Er bestaat ook veel duurdere koperbanden, die je kunt koppelen en als een ring om zaailingen of bedreigde planten kunt zetten. Ook dit werkt wel, maar met hetzelfde voorbehoud als boven.

N.B. Augustus 2017:  dit jaar is de naaktslakkenpopulatie heel groot door de natte juli / augustus. De koperband laat er steeds wel één of twee door, die zich dan tegoed doen aan je beschermde plantjes. Het is niet anders :-((