donderdag 12 april 2018

Eindelijk lente.



De afgelopen dagen hadden we lente en er volgen nog meer mooie dagen.
De tuin roept je naar buiten: complete vogelconcerten, ik kan de verschillende vogelgeluiden nauwelijks van elkaar onderscheiden.
Nu betaalt zich het maandenlange vogels voeren royaal uit, er bivakkeren duiven, spreeuwen, merels, vinken, boomklevertjes, roodborstjes, winterkoninkjes, mezensoorten. Er komen spechten, eksters en vlaamse gaaien langs. Ik hoor de buizerd miauwen in de lucht.

Er zijn de afgelopen weken heel wat bomen hier in de buurt gekapt. Mensen verhuizen en de nieuwe bewoner kapt een volledige bossage. Weg vogelplekjes.
Vermoedelijk is onze tuin nu ook een toevluchtsoord voor weggejaagde vogels. Gezegd moet worden dat ook het bos niet zó ver weg ligt, de dieren hebben een wijkplaats.

Naast de vrolijke vogelgeluiden is er een groot visueel genoegen: na de koude winterse maartse dagen spuit het groen haast de grond uit, de bomen en struiken lopen uit. Je herkent weer allerlei planten, die gaan opkomen en je verheugt je alvast in wat komen gaat.

Vergeleken met vorig jaar loopt de natuur achter, de late krokussen zijn nog aan het verleppen, maar het speenkruid bloeit royaal:


De knoppen van mijn stermagnolia hebben de vorst gelukkig overleefd, ze staan op het punt zich te openen.


De beschut staande camelia heeft totaal geen schade opgelopen en de bloesems zijn mooier dan vorige jaren.


De vrolijke Corydalis solida (vogeltje op de kruk) zaait zich al jaren steeds meer uit, het bolgewasje behoort hier tot de vroegste bloeiers.


Van de mooie, blauwe Scilla’s kun je niet genoeg hebben. Ik moet maar noteren, dat ik in het najaar meer bolletjes ga bestellen.


Het heeft hier de laatste weken nauwelijks geregend. Een paar flinke buien en veel meer moois zal zich vertonen. Het zal niet moeilijk zijn de komende tijd de blog te vullen.

vrijdag 30 maart 2018

Tuinieren in blessuretijd: wie niet sterk is, moet slim zijn.


Iedere tuinier, ouder of jonger, heeft wel eens een “fysieke beperking”: schouderklachten, een tennisarm, gewrichtsklachten aan hand en pols, rugpijn, heupklachten, knieproblemen…
Of: geen tijd vanwege een druk gezin, baan of andere bezigheden.
Toch is er de liefde voor de tuin. Liefde voor een klein stukje “natuur” bij je huis. Maar je wilt geen verwaarloosd, door “onkruid” overwoekerd geheel. 

Zelf heb ik een redelijk grote tuin, zo’n 700 m2 en dan heb ik oprit, huis en schuur niet meegerekend. Dat is best veel voor een echtpaar dat de 70 inmiddels een aantal jaren is gepasseerd.
Voor het tuingebeuren ben ik degene, die verantwoordelijk is voor inrichting en onderhoud.
In de loop van de 22 jaar, die we hier wonen, zijn mijn knieën, heupen, rug, ellebogen en handen bij wat gemiddeld tuinwerk steeds sneller overbelast.
Hoe ga ik daarmee om?

Verhuizen naar een appartement met een klein balkon is voorlopig geen optie. Ik moet er zelfs niet aan denken, ik hou zo veel van onze tuin! 

De remedie is de volgende: geniet van de tuin, maar WERK er zo weinig mogelijk in.
Richt hem zo in, dat de grond volledig bedekt wordt en blijft met de planten, die geschikt zijn voor de betreffende plek ( grondsoort, bezonning, droge of vochtige plek). Als de grond eenmaal bedekt is met de gewenste planten: rommel er zo weinig mogelijk in. Elke verstoring van de grond door wieden, harken enz. geeft pionierplanten, en dat zijn de meeste “onkruiden”, een kans om zich te vestigen en dan moet jij weer de grond verstoren om ze eruit te krijgen. Wied hoofdzakelijk in het vroege voorjaar ongewenste planten weg. 
Maak je tuin in het najaar niet “winterklaar” door alle uitgebloeide stengels weg te knippen. Je planten worden kwetsbaarder, insecten kunnen geen plekje vinden in de stengels om te overwinteren. 
Leer de uitgebloeide plantenskeletten zien als een stukje schoonheid ( kijk bij Piet Oudolf), ze zijn prachtig met rijp en met sneeuw. 
Gebruik nooit kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Als je mest geeft jut je je planten op; ze worden langer en slapper en jij maar steunen en snoeien. En bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen breng je ook je nuttige kleine dierlijke helpers om zeep.

In maart knip je de stengels met een heggenschaar van boven naar beneden in stukken van 10-20 cm en je laat de resten ter plekke liggen. Dat werk vinden je handen, armen en schouders niet fijn. Doe het daarom desnoods in etappes van dagelijks niet meer dan 5 á 10 minuten. 



Je krijgt zo een mulchlaag op je grond, die zorgt voor een enorme verbetering van het bodemleven. Je maakt ter plaatse je eigen compost, die hoef je dus niet meer te kopen, te versjouwen en verspreiden. 


Die slordige bruine, maar gezonde, bodemlaag is binnen enkele weken volledig verdwenen: 


Het spreekt vanzelf dat je om dezelfde redenen het afgevallen blad in het najaar gewoon laat liggen. Als je een grasveld hebt, tja, dan kun je dat blad beter wegharken naar je borders toe.
Wees vooral niet te netjes. Wat slordige hoekjes zijn een zegen voor het dierenleven in je tuin: padden, egels, insecten, vogels enz. Je maakt veel meer spannende dingen mee, als je tolerant bent ten aanzien van een onbekend plantje of diertje. De verguisde paardenbloemen fungeren als één van de vroegste nectardragers voor hommels en vroege bijtjes.
Wanneer je tóch geneigd bent tot enige netheid, is er de geweldige tip van Henk Gerritsen in zijn belangrijke boek over natuurlijk tuinieren “Buiten is het groen”.
Hij had een voor publiek opengestelde wilde tuin en hij merkte dat de mensen zijn tuin slordig en slecht onderhouden vonden als de paden niet goed werden vrijgehouden van beplanting. Nette paden = goed onderhouden, hoe wild de rest ook was.


In een kleinere tuin is het aanleggen van afgebakende, omrande, eventueel verhoogde vakken, waarbinnen een losse beplanting mag tierelieren, een methode om het netjes te laten lijken.


Wat tuingereedschap betreft: wees slim en inventief.
Zoek op sites voor aangepast tuingereedschap, google op ergonomisch, op krachtbesparend, easy-grip, power level bypass enz.
Ik kan al jaren niet knielen en lang bukken en zit daarom bij tuinwerk op een speciale tuinkruk, die gemakkelijk draait, zodat ik overal met mijn handwiedertje bij kan komen.
Het ding lijkt instabiel, je valt er de eerste keer ook van af, maar het went snel en ik kan niet meer zonder.


Handwiedertje:

 
Als ik tóch een keer in de grond moet graven om een plant te verzetten of te planten, steek ik eerst de grond ter plaatse los met een spitvork, daarna kan ik met de schep veel beter in de grond komen.
Voor het snoeien heb ik een speciale takkenschaar en een handsnoeischaar, die in drie fasen, d.w.z. in drie knipbewegingen per keer de knipbeweging verdeelt, zodat je veel minder kracht hoeft te zetten. Zonder hulp kan ik met de takkenschaar zelfs vrij dikke takken zelf de baas. Hieronder de takkenschaar met eronder vergroot het power-step systeem:






En hieronder de ergonomische snoeischaar met eronder het drietraps systeempje:




Eens per jaar schakelen we onze hovenier in voor de grotere tuinklussen, voornamelijk snoeiwerk van bomen en struiken en heggen en het onderhoud van de sloot achter het huis. Dat kost geld, maar verhuizen kost ook geld.
Maar verhuizen gaat wel ten koste van een groot stuk essentieel geluk als de tuin je passie is.

Samengevat, in blessuretijd is het devies:

Zo min mogelijk werken in de tuin maar zo veel mogelijk genieten door
je tuin zo slim mogelijk in te richten
te werken met zo handig mogelijk gereedschap
en zo nodig (tijdelijk) hulp in te schakelen.

Werk vooral niet te lang achter elkaar in de tuin, rem jezelf af na 10, 15, 20 minuten, je merkt - meestal achteraf - zelf wel wanneer je te lang bent doorgegaan.
Dit alles onder het motto: wie niet sterk is, moet slim zijn

zondag 18 maart 2018

Herplanten na kaalslag en ramen zemen.


Een dag vóór het invallende miniwintertje een 40-tal planten in de grond zetten: is dat wel verstandig? “Ja”, zei de bezorger van de tuinplantenwinkel, die afgelopen donderdag om 9.00 uur ‘s morgens mijn bestelling afleverde, “zet maar in de grond, deze planten kunnen ertegen”.
Aan de oost- en noordzijde (hierboven = noord) van ons huis waren een aantal oude en rommelige planten geruimd. Dat is niet mijn gewoonte, maar ik kon niet meer goed bij mijn ramen komen om ze te zemen. Twintig jaar lang moest ik mijzelf - bij deze, slechts een keer of drie maal per jaar gepleegde, activiteit - door struikgewas worstelen. Ik struikelde over de ongelijke grond en trotseerde tekenbeten. Ik moest daarvoor steeds meer moed verzamelen en bedacht toen dat ik maar eens moest gaan praten met onze hovenier.
Hij adviseerde mij om de beplanting tot een meter vanaf het huis weg te halen en daar een soort staptegels neer te leggen. Hij had nog geschikte tegels liggen uit een andere tuin, die hier heel goed dienst konden doen.
Zo geschiedde.
Maar wát een kaalslag rondom het huis! Wel kan ik nu prima bij mijn ramen komen. Ook de schilder zal t.z.t. wel blij zijn, want hij moest zich ook al in bochten wringen om overal bij te komen, overigens zonder een klacht te uiten.
Ik heb een aantal weken besteed aan het samenstellen van een geschikte beplanting rondom de tegels. Wat lange, kruipende beplanting: aan de oostzijde bij de muur van het huis Ajuga reptans “Burgundy Glow”, en aan de noordzijde Vinca minor “Miss Gertrude Jekyll”
Aan de oostzijde een rijtje groenblijvende zegges, Carex foliosissima “Irish Green”, een tweetal Euphorbia amygdaloides “Purpurea” en een groot roze bloeiend siergras Miscanthus sinensis “flamingo”



Aan de noordzijde een groep Liriope muscari “Moneymaker”, waar ik hoge verwachtingen van heb en een stel mooie, witbloeiende elfenbloemen.


Bij de hoek (zie hieronder beneden) zette ik een viertal groenblijvende, jonge varens uit eigen kweek Polystichum setiferum “Herrenhausen”. Voor een hoger groeiend neefje ervan, de mooie, ook wintergroene Polystichum polyblepharum, zocht ik een meer beschutte plek.


De zegges met het mooie groene blad, en de Euphorbia’s aan de oostzijde heb ik voor alle zekerheid afgedekt om ze tegen de harde, ijskoude wind bij matige vorst te beschermen. 


Hoe deze plekken zich gaan ontwikkelen, zal ik om de paar maanden op deze blog laten zien.
En of ik voortaan mijn ramen vaker ga wassen? Ik heb wel wat beters te doen! Maar stel, dat ik binnen een aantal jaren hulp in de huishouding nodig ga hebben – wat de goden mogen verhoeden – deze persoon zou in de vorige situatie beslist geweigerd hebben bij mijn ramen langs te gaan.


woensdag 28 februari 2018

Toch nog echt winter eind februari.





Vele tuiniers hebben zich de laatste weken niet goed kunnen inhouden: ze voelden de lente al komen en ruimden de plantenresten van het vorig jaar al op.

Misschien is het mijn leeftijd, maar vóór half maart durf ik daar alleen maar aan te beginnen als de lange termijnverwachtingen van het weer geen twijfel meer laten bestaan over het wegblijven van serieuze vorst. Hoogstens haal ik wat stengels weg om mijn bolgewasjes beter te kunnen zien.


Maar wat is het koud! Eigenlijk hoort het elke winter wel een periode zo te zijn: een aantal dagen stevige vorst. Kijk maar eens hoe de rhododendron bladeren kleumen op de allereerste foto.

We zijn haast vergeten dat het zo flink kon vriezen, waardoor we te optimistisch zijn geworden zowel bij onze plantenkeuze als bij het opruimen van winterbedekking. Begrijpelijk, want we hebben veel slappe winters achter de rug.
Een aantal vorstgevoelige planten in pot (olijfboompjes en palmpjes) heb ik in onze schuur gezet, een tweetal geliefde boompjes heb ik met fleecedoek omwikkeld, mijn ingegraven bonsaiboompjes moeten zichzelf zien te redden. Ik hoop maar dat dat goed gaat komen, want voorheen ging matige of strenge vorst altijd gepaard met een laag sneeuw en dat werkt goed isolerend voor de wortels. Maar om nu mijn dekbed over de bonsai's te gooien, tja ;-)

Wat hier aan sneeuw is gevallen mag de naam niet hebben: een uiterst dun laagje.
Omdat zo’n bijzondere koudeperiode op de blog geboekstaafd moet worden, laat ik hier een paar koude plekken in de tuin zien.

De vijver is dichtgevroren, een klein luchtpompje zorgt voor een open wak. Kennelijk ook aantrekkelijk voor de buurtpoezen, gezien de sporen.


Zouden de stengels van het waterdrieblad wel goede antivries in zich hebben?





 De stengels zorgen hier wel voor een mooi lijnenspel:



Doorkijkje naar de vijver via de dwergmispel (Cotoneaster horizontalis):


En achter de dwergmispel aan de andere kant staat een bonsai-achtig dennetje:


Zouden de knoppen van de vorstgevoelige stermagnolia ( Magnolia stellata)het wel redden?





De boerencrocussen hebben zeker antivries in zich: met de zo royaal schijnende zon geven ze een vrolijk makend accent in de tuin.




Ik hield het niet lang uit met de blote handen aan het fototoestel. 
De zon lokt je naar buiten, maar de wind maakt het bitter koud.

Ik ben benieuwd welke deze late, stevige vorstperiode zal  hebben op insecten, vogels, dieren en planten.


vrijdag 16 februari 2018

Onze poes Simke bij de oogspecialist.






Vanaf september, toen Simke onze 2-jarige Abessijnse ex-kater in het poezenpension besmet raakte met een niesziekte herpesvirus, tobt hij met ontstekingen in de oogjes.
Het rechteroogje, dat zich aanvankelijk ernstig liet aanzien, is sinds december genezen. Maar helaas ging ook het linkeroogje meedoen. Van een bindvliesontsteking naar een hoornvliesbeschadiging, die maar niet wilde genezen: we zaten wekelijks bij de dierenarts.


Begin deze maand verwees deze ons door naar een dierenoogspecialist. Er zijn maar vijf van deze specialisten in Nederland, wij moesten naar Emmeloord, zo’n drie kwartier rijden.
De diagnose was: cornea sequester, een aandoening van een dieper deel van het hoornvlies, waarbij dood weefsel ontstaat. Dat moest operatief worden weggenomen, afwachten was geen reële optie.
De vooruitzichten na een operatie zijn goed, maar garantie is er niet.
De anderhalf uur durende operatie vond afgelopen woensdag plaats.
We brachten Simke om 11 uur ‘s morgens, we mochten hem om 5 uur ‘s middags weer halen.

Wát een dag! We brachten onze tijd door in de Orchideeënhoeve, 10 autominuten van de dierenkliniek vandaan, in Luttelgeest. Een prachtige plek voor een plantenliefhebber, maar er was veel onrust in ons.


De operatie was goed geslaagd en we kregen Simke mee met een beschermend lensje in een met buisjes dichtgehouden oogje. Bovendien moet hij vier weken lang een kap dragen. 


Simke jammerde de hele weg naar huis, maar eenmaal thuis hebben we geen onvertogen geluid meer gehoord.

Simke is een krachtige, sterke ex-kater, maar heeft gedurende vijf maanden het vier maal per dag druppelen slechts met licht protest toegelaten. Buitengewoon knap van hem.
Sinds oktober had hij last van het linkeroogje, hij hield het dicht.

Maar ik zag ontzettend op tegen de kap. Je leest daar de meest nare dingen in de kattenfora van katten die dat ding niet pikten.
Maar ook werd ons duidelijk dat het gewoon moest ter bescherming van het oog.

We hebben ook een andere poes, Tuzka, een even oude Blauwe Rus. Ze zijn vanaf de kleutertijd samen, slapen samen. Tuzka zat samen met Simke in het poezenpension, maar zij is steeds gezond gebleven.
Uiteraard waren beide poezen volgens de strengste normen, die het pension stelde, ingeënt. Besmetting is ondanks dat helaas nooit uitgesloten, net als bij de menselijke griepenting.

Hoe zouden beide katten reageren op de kap? Nu had ik bij de grote poezenliefhebster en medeblogster Min of Meer geleerd, dat je wel enige training kon geven om de katten aan die kap te laten wennen. Ik heb ze een paar weken lang snoepjes gegeven die ze door de kap heen moesten pakken. Soms hadden ze dan per ongeluk enige momenten die kap om. Ik verwijderde die dan meteen, omdat de poes van Min of Meer helemaal door het lint ging bij een iets te lang omhebben van dat ding tijdens de training.
Mijn doel was slechts: gewenning en paniek voorkomen.

Dat is gelukt. Geen paniek bij beide katten. Wel groot ongemak bij Simke, last bij eten en drinken – maar dat lukte gelukkig wel. Niet lekker kunnen liggen, raar lopen. Krabben aan dat ding, waardoor hij in de dierenkliniek de eerste versie al snel af kreeg. Hij kreeg een smaller en kleiner exemplaar.


Ook het oogdruppelen gaat gelukkig goed met de kap op, en over het toepassen van die techniek had ik tevoren al lastig gedroomd.
Tuzka is een beetje bang voor Simke als deze kopschuddend in zijn richting komt lopen: “mijn hemel, wat komt daar nu aan, moet ik vluchten?” Maar gelukkig geen blazen en brommen.

Er was nóg een probleem. De poezen slapen al vanaf hun vroegste jeugd bij elkaar in een apart kamertje. 


Ik dorst ze écht niet samen te laten slapen met die kap op en die rare buisjes rond het oogje. Dus moest Tuzka beneden slapen en Simke alleen boven .
Simke bleek daar geen moeite mee te hebben, die was toch al uit zijn doen. Tuzka keek ons de eerste avond met grote ogen aan en liep steeds naar de deur: “zijn jullie soms helemáál in de war? Ik moet toch ook naar boven?” Maar de tweede avond vond ze de extra aandacht in de avond toch wel fijn en legde ze zich erbij neer.

Maar ik had nog een probleem: hoe wist ik in de nacht of alles wel goed ging met Simke? Dat hij zijn kap er niet aftrok? Of zich vastliep met dat rare ding? Ik kon niet elk uur naar dat kamertje lopen om te kijken. Gestoorde nachtrusten zijn voor mij slopend en we waren al een beetje kapot van de spanningen, evenals de poezen.
O.k. een babyfoon, de simpelste goede en meestverkochte ( L.u.v.i.o.n. e.a.s.y).
Wat een fijn ding. Ook daarmee uiteraard een week tevoren geoefend op het kamertje, de camera goed in positie zetten, kijken of de katten hem niet eraf gooien : het ging goed!
Ik kan nu kijken of de kap nog op de kop zit, en het ding gaat aan bij geluid.


De eerste slag hebben we dus gewonnen. We hopen zo dat het goed blijft gaan en dat de operatie na vier weken écht geslaagd blijkt te zijn.

Wát een moeite voor een kat… zei iemand tegen mij.

Tja, onze katten zijn onze huisgenootjes. Simke is niet zo maar een kat, hij is onze lieve Abessijn en we beleven veel plezier aan hem. Voor Tuzka geldt hetzelfde.


We gunnen hem het licht in beide ogen, en we doen, wat in ons vermogen ligt.

Vogeltjes kijken = poezen televisie:




Te zijnertijd weer een update.

dinsdag 16 januari 2018

Mijn halfnatte en natte plantenbiotoopjes.


Nu het buiten meest grauw en grijs is, en het heldere, frisse groen nog lang op zich zal laten wachten, geniet ik volop van mijn natte en halfnatte plantenbakken binnenshuis.

In de halfnatte boots ik een klein moerasje na: er staan waterplantjes in, die ervan houden om met de voeten in het water te staan, maar met de rest boven water. Waterplantenleveranciers spreken van “emers”. “Submers” slaat op planten die het liefst helemaal onder water groeien.
Er staan twee van zulke bakken met emerse plantjes in mijn computerkamer en één in de serre. De eerste foto is de ca. 30cm hoge en brede pot in de serre. Hieronder van bovenaf bekeken.


Het voordeel van bakjes met een waterstand van zo’n 5 cm, dat je er weinig omkijken naar hebt.


Als je de waterstand wat verhoogt kun je gemakkelijk een paar weken met vakantie.
Je begint zo’n bak met een laagje van 1 cm vijvergrond aan te brengen, en daarboven op komt een flinke laag ruw zand. Plantjes erin zetten en voorzichtig water toevoegen. Als je goochelt op “emers” vind je veel info.
Deze bakken vragen een lichte plek op de vensterbank, maar geen volle zon, dan krijg je sneller algengroei op de bodem.

Mijn grootste moerasbak:



En dan de natte bakken: de aquaria. Ook daar vind ik een eenvoudige, weelderige plantengroei het leukst.


Ik houd al jaren met veel plezier de meest gemakkelijke dwerggarnaaltjes erin (een mooi soort vuurgarnaaltjes (Neocaridina heteropoda) en wat eenvoudige slakjes. 


De linkerbak heb ik eind november opnieuw ingericht omdat er in de vorige versie een langzame, onverklaarbare sterfte optrad onder de garnaaltjes. Achteraf denk ik dat het kienhout, dat erin zat, de oorzaak was.
Deze bak doet het nu goed:


De rechter bak doet het al een aantal jaren uitstekend:


Als de bakjes goed in evenwicht zijn, kost het onderhoud weinig tijd. Ik heb geen last van algengroei ( zowel de slakken als de garnaaltjes eten algen), ik belicht de bakken niet al te sterk en heb gemakkelijke aquariumplanten. Een simpele sponsfilter op een luchtpompje zorgt voor de filtering. Ik ververs eens in de twee weken een derde van het water met gewoon kraanwater. Drie maal per week voeg ik een beetje garnalenvoer toe.

De verlichte aquaria met de mooi belichte planten en de mooie rode garnaaltjes geven een vrolijk, groen accent. Heel fijn om naar te kijken, ik heb zo altijd een beetje zomer in huis.